Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van een man tegen de wijziging van kinderalimentatie opgelegd door de rechtbank Den Haag. De man betwistte de ingangsdatum van de wijziging en verzocht om de alimentatie vanaf april 2012 of een andere passende datum op nihil te stellen.
Het hof nam de door de rechtbank vastgestelde feiten over en concludeerde dat de man sinds de ontbinding van het huwelijk in 2015 geen draagkracht heeft gehad om kinderalimentatie te betalen. Dit bleek uit zijn lage tot geen inkomen in meerdere jaren, het ontvangen van een bijstandsuitkering vanaf 2021, dakloosheid na executoriale verkoop van zijn woning, en toelating tot wettelijke schuldsanering in december 2023.
Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en stelde de alimentatie met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 op nihil. Tevens wees het hof op de verjaring van alimentatievorderingen ouder dan vijf jaar. De man werd opgedragen de vrouw te informeren zodra zijn financiële situatie verbetert zodat hij weer aan zijn onderhoudsverplichting kan voldoen.