ECLI:NL:GHDHA:2024:491
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- M.J.M. van der Weijden
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardering
Belanghebbende is eigenaar van een appartement uit 2019 met een onderpandige garage. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor het kalenderjaar 2021 vast op €607.000. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
De rechtbank baseerde haar oordeel op een waarderapport waarin de waarde werd bepaald door systematische vergelijking met drie referentieobjecten, waarvan één in hetzelfde pand als het appartement. De rechtbank achtte dit vergelijkingsobject het meest passend en vond dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Belanghebbendes algemene stellingen over onderhoudstoestand, gebrek aan referentieobjecten en coronacrisis werden niet aannemelijk gemaakt.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de rechtbank. De heffingsambtenaar had voldoende aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede omdat alleen het vergelijkingsobject in hetzelfde pand relevant was. De klachten over de waarderingspunten en liggingswaarde faalden wegens gebrek aan onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €607.000 wordt bevestigd.