ECLI:NL:GHDHA:2024:432

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 januari 2024
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
200.327.676/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 sub b RvArt. 3 Brussel II-terArt. 4 en 5 Brussel II-terArt. 6 Brussel II-terArt. 10:56 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter en echtscheiding erkend Somalisch huwelijk

Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de man tegen de beslissing van de rechtbank die zich onbevoegd had verklaard om kennis te nemen van zijn echtscheidingsverzoek. De man, met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Denemarken, was gehuwd met een vrouw met Somalische nationaliteit. De rechtbank had geoordeeld dat de Nederlandse rechter geen internationale bevoegdheid had.

Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter als noodforum (forum necessitatis) internationaal bevoegd is op grond van artikel 9 sub b van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat een gerechtelijke procedure buiten Nederland voor de man onmogelijk is. Dit volgt uit het feit dat het huwelijk niet wordt erkend in Denemarken, de vrouw geen bekende verblijfplaats heeft en de man niet kan procederen in Somalië.

Het hof wees ook op het belang van een spoedige afhandeling en zag geen noodzaak om de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank. Op grond van Nederlands recht werd het huwelijk duurzaam ontwricht geacht, waarna het hof de echtscheiding uitspreekt. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek van de man gehonoreerd.

Uitkomst: Het hof verklaart zich internationaal bevoegd als noodforum en spreekt de echtscheiding uit wegens duurzaam ontwricht huwelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Familie
zaaknummer : 200.327.676/01
zaak- en rekestnummer rechtbank : C/09/635752/ FA RK 22-6387
beschikking van de meervoudige kamer van 17 januari 2024
inzake
[appellant] ,
maar wonende te [woonplaats] , Denemarken,
verzoeker in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. H.K. Jap-A-Joe te Utrecht
tegen
[geïntimeerde] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
verweerster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw.

1.Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
De man is op 22 mei 2023 in hoger beroep gekomen van genoemde beschikking van 23 februari 2023 (hierna: de bestreden beschikking).
2.2
Bij het hof is op 9 november 2023 van de zijde van de man verder ingekomen een journaalbericht van diezelfde datum.
2.3
De mondelinge behandeling heeft op 17 november 2023 plaatsgevonden. De man is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. De vrouw is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

3.De feiten

3.1
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.
3.2
Partijen zijn volgens het door de rechtbank alsmede door het hof ambtshalve geraadpleegde systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen gehuwd op [datum] 1991.
3.3
Volgens opgave van de man zijn partijen gehuwd op een onbekende datum in het jaar 1992 in Somalië.
3.4
De man is genaturaliseerd en heeft daarmee (volgens de man in hoger beroep: uitsluitend) de Nederlandse nationaliteit verkregen. De vrouw heeft volgens opgave van de man de Somalische nationaliteit.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank zich internationaal onbevoegd verklaard om van het verzoek tot echtscheiding van de man kennis te nemen.
4.2
De man is het met die beslissing niet eens. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, zich internationaal bevoegd te verklaren en de echtscheiding tussen partijen uit te spreken.

5.De motivering van de beslissing

Rechtsmacht van de Nederlandse rechter
Algemeen
5.1
Gelet op de internationale aspecten van de zaak – de man heeft zijn gewone verblijfplaats in Denemarken – rijst de vraag of de Nederlandse rechter internationale bevoegdheid, oftewel rechtsmacht, heeft om kennis te nemen van het echtscheidingsverzoek van de man. In de bestreden beschikking heeft de rechtbank geoordeeld dat het de Nederlandse rechter aan rechtsmacht ontbreekt. De man betoogt in hoger beroep dat de Nederlandse rechter als noodforum (
forum necessitatis) rechtsmacht heeft op grond van artikel 9 sub b van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), aangezien een gerechtelijke procedure voor de man buiten Nederland onmogelijk is. Het hof overweegt daarover als volgt.
Verordening Brussel II-ter
5.2
Nu het inleidend verzoekschrift van de man is ingediend na 1 augustus 2022, zal het hof de rechtsmachtvraag allereerst beoordelen aan de hand van de Verordening Brussel II-ter (Nr. 2019/1111). Het hof stelt vast dat in dit geval geen rechtsmacht kan worden ontleend aan de bevoegdheidsgronden in artikel 3 Brussel Pro II-ter; de Nederlandse nationaliteit van de man alleen biedt daarvoor onvoldoende grondslag. Aan de artikelen 4 en 5 Brussel II-ter kan evenmin rechtsmacht worden ontleend. Gelet op de stellingen van de man, is niet aannemelijk dat de vrouw – de verwerende partij – haar gewone verblijfplaats heeft op het grondgebied van een EU-lidstaat of onderdaan is van een EU-lidstaat. Dit betekent dat artikel 6 Brussel Pro II-ter ruimte biedt om de rechtsmacht van de Nederlandse rechter te beoordelen volgens de commune regels van internationaal bevoegdheidsrecht. Het hof verwijst hiervoor naar HvJ EU 1 augustus 2022, zaak C-501/20, ECLI:EU:C:2022:619.
Commuun IPR
5.3
In de commune regels van internationaal bevoegdheidsrecht zijn twee bevoegdheidsgronden te vinden waarop de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in dit geval gebaseerd zou kunnen worden, te weten artikel 4 lid 1 Rv Pro en artikel 9 sub b Rv Pro. Nu de bevoegdheidsregel van artikel 4 lid 1 Rv Pro voor de rechtsmacht in echtscheidingszaken aansluit bij de bevoegdheidsgronden in artikel 3, 4 en 5 Brussel II-ter, kan in de onderhavige zaak geen rechtsmacht worden ontleend aan deze bepaling. Aan artikel 9 sub b Rv Pro zou in dit geval rechtsmacht kunnen worden ontleend wanneer een gerechtelijke procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat deze bevoegdheidsregel restrictief moet worden uitgelegd (Parl. Gesch. Rv, p. 113 e.v.). Alleen wanneer het door artikel 6 EVRM Pro gewaarborgde recht op toegang tot de rechter in het geding dreigt te komen, kan aan artikel 9 sub b Rv Pro een noodbevoegdheid (
forum necessitatis) worden ontleend. Vgl. EHRM 15 maart 2018, zaak 51357/07 (Naït-Liman/Zwitserland).
Forum necessitatis; artikel 9 sub b Rv Pro
5.4
Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld in de bestreden beschikking is het hof van oordeel dat in de specifieke omstandigheden van het onderhavige geval rechtsmacht ter zake van het echtscheidingsverzoek van de man kan worden ontleend op artikel 9 sub b Rv Pro. Het hof legt dat als volgt uit. Vast is komen te staan dat de man in Nederland in de Basisregistratie Personen geregistreerd staat als gehuwd met de vrouw. Dit huwelijk is de man ook tegengeworpen door de Nederlandse ambassade in Kopenhagen in het kader van de aanvraag van het Nederlandse paspoort voor zijn vier kinderen. Weliswaar heeft de man de vrouw in 1996 in Somalië verstoten (via zijn daartoe gemachtigde ouders), maar deze verstoting wordt niet erkend in Nederland omdat niet is voldaan aan het vereiste van het destijds geldende artikel 3 sub c van Pro de Wet conflictenrecht echtscheiding (vgl. artikel 10:58 sub c Burgerlijk Pro Wetboek) dat de vrouw uitdrukkelijk of stilzwijgend met de ontbinding van het huwelijk heeft ingestemd of zich daarbij heeft neergelegd. Verder is vast komen te staan dat het huwelijk van de man niet wordt erkend in Denemarken, vermoedelijk omdat de man het bestaan van dit huwelijk in Denemarken niet heeft kunnen bewijzen door middel van een huwelijksakte. Dit betekent dat de man in Denemarken geen ontbinding van het huwelijk zal kunnen verzoeken. Het is voor de man evenmin mogelijk om in Somalië een gerechtelijke procedure te starten om het huwelijk te ontbinden, omdat dit huwelijk naar Somalisch recht als gevolg van de verstoting niet meer bestaat. Daarbij komt dat van de man, die Somalië is ontvlucht, in Nederland asiel heeft verkregen en sindsdien niet meer in Somalië is geweest, niet verwacht kan worden dat hij zich wendt tot de Somalische rechter.
5.5
Kortom, in Denemarken noch in Somalië is het voor de man mogelijk om de echtscheiding te verzoeken van het in Nederland erkende Somalische huwelijk. Dit betekent dat een gerechtelijke procedure in het buitenland ter verkrijging van een echtscheidingsbeslissing ter zake van het Somalische huwelijk voor de man onmogelijk is. Het hof acht zich in dit geval dan ook als noodforum internationaal bevoegd op grond van artikel 9 sub b Rv Pro.
Geen verwijzing van de zaak naar de rechtbank; artikel 76 Rv Pro
5.6
Volgens artikel 76 Rv Pro geldt, voor zover van belang, dat indien de rechter in hoger beroep een beschikking van een lagere rechter, waarbij deze zich onbevoegd heeft verklaard wegens het ontbreken van rechtsmacht, vernietigt, de rechter de zaak verwijst naar de lagere rechter om op de hoofdzaak te worden beslist, tenzij partijen verklaren te verlangen dat de rechter in beroep de zaak aan zich houdt. De man verzoekt het hof om de zaak niet te verwijzen naar de rechtbank, maar de echtscheiding in hoger beroep uit te spreken. De vrouw is in de procedure niet verschenen, in eerste aanleg noch in hoger beroep. Bij een strikte toepassing van artikel 76 Rv Pro zal de zaak moeten worden verwezen naar de rechtbank, zodat de rechtbank de vrouw nogmaals kan oproepen om vervolgens op de hoofdzaak te beslissen. Het hof zal daartoe niet overgaan. Het hof legt dat als volgt uit. De vrouw heeft geen bekende woon- of verblijfplaats binnen en buiten Nederland. De man weet niet waar de vrouw woont en hij heeft geen contact met haar. Hij weet ook niet of de vrouw nog in leven is. De man heeft het echtscheidingsverzoek openbaar laten betekenen. Dit heeft echter niet ertoe geleid dat de vrouw is verschenen in de procedure. Gelet op het voorgaande acht het hof een verwijzing van de zaak naar de rechtbank, met het oog op de bescherming van de belangen van de vrouw, dan ook niet nodig. Het belang van de man bij een spoedige afhandeling van zijn echtscheidingsverzoek prevaleert.
Echtscheiding
5.7
Gelet op de conflictregel van artikel 10:56 lid 1 BW Pro zal het hof Nederlands recht toepassen op de verzochte echtscheiding.
5.8
Het hof acht het huwelijk duurzaam ontwricht, aangezien de man sinds 1996 geen contact meer heeft met de vrouw en hij sinds 2009 in Denemarken samenwoont met zijn partner met wie hij vier kinderen heeft.
5.9
Het hof zal de verzochte echtscheiding dan ook uitspreken.

6.De beslissing

Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2023, en opnieuw rechtdoende:
spreekt uit de echtscheiding tussen [appellant] en [geïntimeerde] .
Deze beschikking is gegeven door mrs. F. Ibili, A.N. Labohm en J. van der Hoeven, bijgestaan door mr. S.N. Keuning als griffier, en is op 17 januari 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.