ECLI:NL:GHDHA:2024:2531
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- C.M. Warnaar
- E.A. Mink
- K. van Barneveld-Peters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging kinderalimentatie na wijziging partneralimentatie en draagkrachtberekening
Het gerechtshof Den Haag heeft op 18 december 2024 uitspraak gedaan in hoger beroep over de wijziging van kinderalimentatie tussen partijen die in 2015 zijn gehuwd en in 2021 zijn gescheiden. Na de echtscheiding was een alimentatiebedrag van €128 bruto per maand overeengekomen in het ouderschapsplan, dat onderdeel uitmaakt van de echtscheidingsbeschikking. Door wettelijke indexering was dit bedrag verhoogd tot €134,34 per maand.
De vader kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die de kinderalimentatie verhoogde naar €299 per maand, omdat zijn draagkracht was gestegen door het wegvallen van partneralimentatie. De vader stelde dat deze wijziging geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden vormde en dat de draagkracht van de moeder hoger was dan door de rechtbank berekend.
Het hof oordeelde dat de contractsvrijheid van ouders bij afspraken over kinderalimentatie wordt begrensd door dwingendrechtelijke regels die minimale wettelijke maatstaven voorschrijven. De in het ouderschapsplan vastgelegde alimentatie voldeed niet aan deze maatstaven. Ook werd bevestigd dat het forfaitaire stelsel voor draagkrachtberekening passend is en dat de schulden van de vader niet in mindering konden worden gebracht wegens gebrek aan bewijs van onvermijdbaarheid.
De draagkracht van de moeder werd niet hoger vastgesteld dan door de rechtbank, mede gelet op haar lichamelijk zware werkzaamheden en zorgverplichtingen. De zorgkorting van 30% werd gehandhaafd. De grieven van de vader werden verworpen en de bestreden beschikking werd bekrachtigd. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verhoging van de kinderalimentatie naar €299 per maand per 19 april 2023.