ECLI:NL:GHDHA:2024:2498
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens ernstige bezwaren
De rechtbank Rotterdam heeft op 14 november 2024 de voorlopige hechtenis van verdachte bevolen voor 90 dagen. Tegen deze beslissing is op 15 november 2024 hoger beroep ingesteld. Het hof heeft dit hoger beroep op 5 december 2024 in raadkamer behandeld, waarbij verdachte, zijn advocaat en de advocaat-generaal zijn gehoord.
Hoewel verdachte en zijn raadsvrouw niet bij de rechtbank in raadkamer verschenen, heeft de rechtbank toch een pleitnota van de verdediging betrokken bij haar beslissing. Het hof oordeelt dat dit ten onrechte was, maar stelt vast dat hierdoor wel belang bij het hoger beroep bestaat en verklaart het hoger beroep ontvankelijk.
De verdediging betoogde dat de voorlopige hechtenis onterecht was omdat ernstige bezwaren ontbreken en er geen wettelijke grond is voor hechtenis. Het hof stelt echter vast dat ernstige bezwaren aanwezig zijn, onder meer op grond van aangifte, camerabeelden en een tas met geld in een Mercedes. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens aanwezigheid van ernstige bezwaren.