Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 12 december 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Oproeping DRZ en waardevermindering
Geschil in hoger beroep en conclusies van partijen
- de bewijslast door de Inspecteur en de Rechtbank terecht is verzwaard;
- terecht geen rekening is gehouden met een vermindering wegens schade en met een correctie wegens het schadeverleden van de auto, oftewel of de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op de juiste hoogte is vastgesteld;
- de historische nieuwprijs op de juiste hoogte is vastgesteld.
- tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank;
- tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar;
- primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag;
- subsidiair tot vaststelling van de historische nieuwprijs op € 85.010, de handelsinkoopwaarde op € 18.180 (conform het onderzoek waardebepaling DRZ minus € 9.750 ex-schade correctie), tot vaststelling van de verschuldigde bpm op € 8.479 en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 1.490;
- meer subsidiair tot vaststelling van de historische nieuwprijs op € 85.010, de handelsinkoopwaarde op € 27.930 (conform het onderzoek waardebepaling DRZ), tot vaststelling van de verschuldigde bpm op € 13.027 en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot € 6.038.
Beoordeling van het hoger beroep
.Nadat de auto op 2 april 2021 is getaxeerd, is op 11 april 2021 een schadecalculatie opgesteld en vervolgens is op 11 april 2021 het rapport van de taxatie opgemaakt. In het bij die aangifte gevoegde taxatierapport is de schade gecalculeerd op € 9.007,14 (daarin begrepen (afgerond) € 750 aan onderdelen) en hiervan is een bedrag van (afgerond) € 8.007 in mindering gebracht op de handelsinkoopwaarde. Voorts is een bedrag van € 9.750 in mindering gebracht in verband met een door de taxateur van belanghebbende redelijk geachte extra waardevermindering in verband met de incourantheid van het model en een geregistreerd schadeverleden. Naar aanleiding van het als pleitnota ingediende deskundigenrapport van de taxateur is eerst ter zitting duidelijk geworden hoe dit bedrag is opgebouwd (€ 1.750 wegens incourantheid van het model en € 8.000 wegens het schadeverleden). Ter zitting heeft de gemachtigde van belanghebbende vervolgens verklaard dat voormeld bedrag van € 8.000 wegens het schadeverleden een schatting van de taxateur betreft. Voorts heeft de gemachtigde van belanghebbende ter zitting, in aanvulling op de inhoud van het deskundigenrapport van de taxateur (de pleitnota) en in reactie op de stellingname van de Inspecteur op dit punt ter zitting, verklaard dat de vaststelling van de aanwezigheid van een waardeverminderend schadeverleden door de taxateur en de gemachtigde is gebaseerd op het feit dat de auto “total loss” is verklaard gezien de “Salvage title” die in de Verenigde Staten aan de auto is toegekend, en de vermelding in CARFAX (zie 2.2.2) van de begrippen “Salvage title” en “total loss vehicle”. Tenslotte vormt, aldus de gemachtigde van belanghebbende, het feit dat de historische nieuwprijs van de auto ongeveer € 85.000 bedraagt en de auto op de veiling voor ongeveer
Proceskosten en griffierecht
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslag tot € 6.038;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 4.748, en
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende een bedrag van € 458 aan griffierechten te vergoeden.