ECLI:NL:GHDHA:2024:2318
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake aanslag inkomstenbelasting 2019 en hoorrecht
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, waarbij negatieve winst uit onderneming en aftrekbare giften niet werden geaccepteerd. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor het overige ongegrond.
Belanghebbende stelde dat het hoorrecht was geschonden en verzocht om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht niet was geschonden omdat verweerder voldoende pogingen had gedaan om het hoorgesprek te plannen en dat de dwangsom niet toegekend kon worden omdat niet aan de wettelijke voorwaarden was voldaan.
In hoger beroep heeft belanghebbende geen inhoudelijke gronden tegen de aanslag aangevoerd en werd het verzoek tot terugwijzing afgewezen. Het hof bevestigt dat het hoorrecht niet is geschonden, dat het beroep ongegrond is en dat er geen recht is op een dwangsom. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.