Uitspraak
1.Het verloop van de procedure bij de rechtbank
2.Het verloop van de procedure in hoger beroep
3.De feiten
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (hierna te noemen: [de minderjarige 1] ), en
Gerechtshof Den Haag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing en wijziging van de omgangsregeling met haar minderjarige kinderen werd afgewezen. De minderjarigen zijn sinds maart 2024 uit huis geplaatst in een gezinshuis vanwege ernstige zorgen over de opvoedsituatie.
De gecertificeerde instelling gaf op 7 mei 2024 een schriftelijke aanwijzing met een bezoekregeling waarbij contact tussen moeder en kinderen deels begeleid plaatsvindt. De moeder betwist de motivering en veiligheid van deze regeling, terwijl de gecertificeerde instelling wijst op een incident waarbij de moeder een van de kinderen mishandelde, ondersteund door een melding bij Veilig Thuis en vastgestelde blauwe plekken.
Het hof overweegt dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het belang van de minderjarigen veiligheid en voorspelbaarheid vereist. Ondanks de liefdevolle band tussen moeder en kinderen is er sprake van emotionele en fysieke onveiligheid bij onbegeleid contact. De bezoekregeling wordt daarom bekrachtigd zoals vastgesteld door de gecertificeerde instelling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schriftelijke aanwijzing en de bezoekregeling zoals vastgesteld door de gecertificeerde instelling in het belang van de minderjarigen.