De Stichting Obligatiehouders DBS2, namens 63 obligatiehouders, heeft in hoger beroep het faillissementsverzoek tegen DBS2 Nederland B.V. voortgezet nadat de rechtbank Den Haag dit verzoek had afgewezen. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van meerdere schuldeisers omdat de obligatiehouders hun individuele vorderingsrechten hadden overgedragen aan de Stichting via een privatieve last.
In hoger beroep stelde de Stichting dat de obligatiehouders hun vorderingen niet hadden overgedragen, maar enkel een procesbevoegdheid hadden verleend aan de Stichting om hun belangen te behartigen. Hierdoor is er volgens de Stichting wel degelijk sprake van pluraliteit van schuldeisers. Tevens stelde de Stichting dat zij naast de vorderingen van de obligatiehouders ook zelfstandige vorderingen had op DBS2.
Het hof oordeelde dat de Stichting en de obligatiehouders afzonderlijk vorderingen hebben die deel uitmaken van hun eigen vermogen en dat de privatieve last niet leidt tot overdracht van deze vorderingen. De pluraliteit van schuldeisers is daarmee vastgesteld. Ook is gebleken dat DBS2 haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde DBS2 in staat van faillissement, benoemde een rechter-commissaris en stelde een curator aan.