ECLI:NL:GHDHA:2024:2092
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen te hoge waardestelling
Belanghebbende, eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning, stelde dat de WOZ-waarde van zijn woning te hoog was vastgesteld op €496.000 voor het jaar 2022. De heffingsambtenaar had deze waarde vastgesteld op basis van een taxatierapport met vergelijkingsobjecten. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd de waarde verlaagd naar €490.000, maar belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en de verschillen in kwaliteit, oppervlakte en ligging waren adequaat verwerkt. Ook werd opgemerkt dat de waarde van de grond ten onrechte niet was meegenomen, wat eerder op een te lage waardering duidt.
Belanghebbende kon zijn stelling dat de waarde met 5% verlaagd moest worden niet aannemelijk maken. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning blijft bevestigd op €496.000.