Deze zaak betreft een hoger beroep van de man tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die hem verplichtte kinderalimentatie te betalen van €150 per kind per maand vanaf 1 november 2022.
De man betwistte de hoogte van de alimentatie en stelde dat hij het verzochte bedrag niet kon betalen. Het hof onderzocht de draagkracht van beide partijen, waarbij het inkomen van de vrouw werd vastgesteld op €37.205 netto per jaar. De man leverde eigen cijfers aan over zijn onderneming, maar deze werden door het hof als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld vanwege gebrek aan externe controle en ontbrekende belastingaangiften.
Het hof schatte daarom de draagkracht van de man en oordeelde dat hij in staat is de gevraagde bijdrage te voldoen. De ingangsdatum van de alimentatie werd gewijzigd naar 13 maart 2023, de datum van de beschikking van de rechtbank, vanwege de lange procedurele duur en de financiële situatie van de man.
De beslissing bevestigt het maandbedrag van €150 per kind tot 1 januari 2024 en verhoogt dit daarna naar €159,30 per kind per maand. De man is veroordeeld tot betaling van deze bedragen met ingang van de nieuwe ingangsdatum.