AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevoegdheid van de Staat tot verhaal op bankrekeningen en kunstvoorwerpen van ex-echtgenote bij ontnemingsvordering
In deze civiele zaak staat centraal of de Staat zich voor de voldoening van een ontnemingsvordering van ruim € 24 miljoen mag verhalen op bankrekeningen en kunstvoorwerpen die op naam staan van de ex-echtgenote van de veroordeelde, [verweerder 2].
De rechtbank had geoordeeld dat de Staat zich terecht beroept op art. 94a lid 4 en 5 Sv en dat de ex-echtgenote niet heeft bewezen eigenaar te zijn van de kunstvoorwerpen. Het hof bevestigt dit oordeel. Uit feiten en omstandigheden blijkt dat [verweerder 2] vermogen aan [appellante] heeft overgedragen met het kennelijke doel het verhaal van de Staat te frustreren en dat [appellante] dit wist of redelijkerwijs kon vermoeden.
De ex-echtgenote voerde aan dat de overdrachten bedoeld waren om aan haar huwelijkse verplichtingen te voldoen en dat zij te goeder trouw was, maar het hof oordeelt dat dit niet aannemelijk is en dat zij feitelijk medewerking heeft verleend aan het wegsluizen van vermogen. Ook het eigendom van twee kunstvoorwerpen is niet bewezen.
De Staat mag zich daarom verhalen op de bankrekeningen en het vermogen van [appellante], ook voor bedragen die niet rechtstreeks met de overdrachten verband houden, conform art. 94a lid 5 Sv. De grieven van [appellante] falen en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van appellante af, waarbij de Staat zich mag verhalen op de bankrekeningen en kunstvoorwerpen.
Voetnoten
1.Memorie van grieven nr. 12.
2.Memorie van antwoord nr. 4.4.8.
3.Memorie van antwoord nr. 1.2.
4.Memorie van grieven nr. 2.
5.Memorie van grieven nr. 15.
6.Productie 6 conclusie van antwoord, het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek p. 25-26 en bijlage 43-1; dat met ‘dwelling house [plaats 2] ’ wordt gedoeld op het huis aan [adres 1] heeft [appellante] niet betwist.
7.Memorie van antwoord prod. 12.
8.Memorie van grieven nr. 25 en nr. 26.
9.De Staat gaat uit van een iets hoger bedrag, maar dat is verder niet van belang.
10.Productie 6 conclusie van antwoord, het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek p. 19-20.
11.Productie 6 conclusie van antwoord, het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek p. 18.
12.Het hof zal in het navolgende uitgaan van bedragen in Euro en ervan uitgaan dat £ 1 gelijk is aan € 1. Partijen hebben zich over de koers van deze valuta niet uitgelaten en voor de uitkomst van deze zaak maakt het geen verschil.
13.Memorie van grieven nr. 60.
14.Productie 6 conclusie van antwoord, het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek, p. 23 en bijlage 37-2.
15.Memorie van grieven nr. 12.
16.Productie 6 conclusie van antwoord, het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek, bijlagen 5 en 6.
17.Productie 6 conclusie van antwoord, het Strafrechtelijk Financieel Onderzoek, bijlagen 16 t/m 20.