Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2024:1921

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
22 oktober 2024
Zaaknummer
22-000646-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 2.2 Wet dierenArt. 8.12 Wet dieren
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf en algeheel houdverbod voor dierenverwaarlozing duiven

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het onthouden van de nodige verzorging aan honderden duiven die hij in en om zijn woning hield. De dieren verkeerden in erbarmelijke omstandigheden, zoals onvoldoende schone huisvesting, gebrek aan verse lucht, bewegingsvrijheid en badwater. Na herhaalde veroordelingen wegens soortgelijke feiten en het niet tonen van inzicht in zijn handelen, heeft het hof het vonnis in hoger beroep deels vernietigd.

Het hof heeft de straf gemotiveerd op basis van de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en zijn recidive. Gezien de volharding van de verdachte in zijn gedrag en het feit dat hij zich niet houdt aan adviezen, legt het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op met een proeftijd van drie jaar. Tevens wordt een bijzondere voorwaarde opgelegd: een algeheel houdverbod van duiven en andere vogels/pluimvee.

Het hof bevestigt verder het vonnis van de politierechter, maar wijzigt de strafoplegging en motiveert deze uitgebreider. Hiermee wil het hof herhaling voorkomen en het dierenwelzijn beschermen. Het arrest is gewezen door mr. M.A.J. van de Kar, mr. H. Steenhuis en mr. R.J. Bartels op 8 oktober 2024.

Uitkomst: Verdachte krijgt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een algeheel houdverbod voor vogels/pluimvee voor drie jaar.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000646-24
Parketnummer: 10-231559-23
Datum uitspraak: 8 oktober 2024
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 15 februari 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2023 tot en met 28 juli 2023 te Ridderkerk, als houder van een of meer dieren, te weten een of meer duiven de nodige verzorging aan dat/deze dier(en) heeft onthouden, door
- deze onvoldoende schone en zindelijke huisvestiging te verschaffen en/of
- deze onvoldoende verse lucht en/of zuurstof te verschaffen en/of
- deze onvoldoende bewegingsvrijheid te verschaffen en/of
- deze niet te laten beschikken over voldoende (schoon) badwater, zijnde de terminologie gebezigd in deze tenlastelegging in de zin van de Wet dieren.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, waarvan 60 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Daarbij zijn bijzondere voorwaarden opgelegd, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de oplegging van de straf en de motivering daarvan.
In dit opzicht zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen en in zoverre opnieuw recht doen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis en zal het vonnis in zoverre worden bevestigd, met dien verstande dat het hof bewijsmiddel 2 zoals gebezigd door de politierechter aanvult, zodat deze als volgt komt te luiden:

2.

Een geschrift, te weten een toezichtrapport van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming d.d. 15 mei 2023 als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal PL 1700-203147469 inhoudende als de bevindingen van de rapporteur:

Op donderdag 11 mei 2023, omstreeks 18:30 uur was ik, rapporteur samen met [taakaccenthouder], taakaccenthouder Dierenwelzijn, Politie Eenheid Rotterdam ter plaatse bij het woonadres [[woonadres] te [woonplaats]. Ik zag in de keuken diverse kartonnen dozen op de grond staan. Ik zag dat er aan een zijde van deze kartonnen dozen een gat was gemaakt. Ik, rapporteur zag door de gaten in de kartonnen dozen dat er duiven in de kartonnen dozen zaten. Ik, rapporteur, keek om mij heen en zag in de keuken en het woongedeelte van de woning overal duiven los zitten. Ik, rapporteur, zag dat het meubilair was bedekt met grote hoeveelheden duivenmest. Ik, rapporteur, liep verder de woning in en zag op de grond nog meer opgestapelde kartonnen dozen staan. Ik, rapporteur, opende enkele van deze dozen en zag dat er in de kartonnen dozen duiven gehouden werden. Ik, rapporteur, zag dat de bodem van deze kartonnen dozen ernstig vervuild waren met duivenmest. Ik, rapporteur, zag dat de duiven geen plek hadden in de dozen waar ze konden zitten zonder in hun eigen ontlasting te gaan zitten. Ik, rapporteur, keek door de woning heen en zag overal kartonnen dozen staan. Ik, rapporteur, vroeg aan betrokkene of er in alle dozen duiven zaten waarop betrokkene bevestigend antwoordde en aangaf dat hij doordat hij ziek was nog geen tijd had gehad hokken te plaatsen buiten. Ik, rapporteur, zag dat er in de woonkamer een stelling stond met duivenhokken. Ik, rapporteur, zag en telde in deze stelling 9 hokken met hierin 1 of sommige 2 duiven. Ik, rapporteur, zag dat elk hok vervuild was met duivenmest. Ik, rapporteur, zag dat de duiven in elk hok in hun eigen ontlasting zaten. Ik, rapporteur, zag dat de duiven geen enkele mogelijkheid hadden om te vliegen in deze hokken of om hun vleugels te strekken. Als de duiven hun vleugels zouden uitslaan zouden de vleugels aan beide kanten het hok raken waardoor de vleugels beschadigd zouden kunnen raken. Ik, rapporteur, heb niet de mogelijkheid gehad om alle kartonnen dozen die in de woning stonden te openen. Ik, rapporteur, kreeg teveel last van mijn keel en brandende ogen door de zware ammoniaklucht in de woning. Ik, rapporteur, heb niet kunnen tellen hoeveel duiven er in de woning zaten. Ik, rapporteur, schat dat ik ongeveer 15 duiven heb gezien. Ik rapporteur, weet niet hoeveel duiven er in kartonnen dozen gehouden werden. Ik, rapporteur, zag toen ik vanuit de woning de tuin uitliep een houten constructie bij het raam staan. Ik, rapporteur, keek aan de voorzijde van de constructie en zag dat deze bestond uit allemaal duivenhokken. Ik, rapporteur, zag en telde 8 hokken met in 7 hokken 1 duif en in 1 hok 2 duiven. Ik, rapporteur, zag dat alle hokken vervuild waren met duivenmest. Ik, rapporteur, zag dat de duiven geen enkele mogelijkheid hadden om te vliegen in deze hokken of om hun vleugels te strekken. Als de duiven hun vleugels zouden uitslaan zouden de vleugels aan beide kanten het hok raken waardoor de vleugels beschadigd zouden kunnen raken.
Overtredingen:
1.
Uw duiven verblijven in een te kleine huisvesting. Uw duiven hebben niet de mogelijkheid om te vliegen of hun vleugels te strekken of uit te slaan. Tevens houdt u een grote hoeveelheid duiven in kartonnen dozen.
2.
In de afgesloten ruimtes in uw woning en schuur in de tuin waarin u uw duiven en honden houdt hangt een
hoge tot zeer hoge ammoniakdruk. Er is geen ventilatie aanwezig waardoor er onvoldoende verse lucht en zuurstof aanwezig is in deze ruimtes.
3.
De ruimtes waarin u uw duiven en honden houdt zijn ernstig vervuild met duivenmest. Uw duiven en honden
hebben hierdoor niet de beschikking over een schone, hygiënische huisvesting.
4.
uw duiven hebben niet de beschikking over badwater.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft aan meerdere duiven de nodige verzorging onthouden door hen onvoldoende schone en zindelijke huisvestiging, verse lucht, zuurstof, bewegingsvrijheid en badwater te verschaffen. Aldus heeft hij het belang geschonden dat de wet beoogt te beschermen, te weten het welzijn van de dieren. De verdachte neemt daar geen enkele verantwoordelijkheid voor en heeft ook ter terechtzitting in hoger beroep er geen blijk van gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 10 september 2024, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er niet van weerhouden weer een dergelijk feit te plegen.
Ter terechtzitting in hoger beroep en uit de rest van het dossier is gebleken dat de verdachte volhardend is in zijn opvattingen en zich niets aantrekt van wat de dierenbescherming tegen hem zegt. Volgens de verdachte liegt de dierenbescherming en hebben de rapporteurs er geen verstand van. Meermaals zijn in het verleden grote aantallen duiven bij de verdachte in beslag genomen, telkens omdat aan deze duiven de nodige verzorging werd onthouden. Ditmaal zijn om deze reden 360 duiven bij de verdachte in beslag genomen. Zoals hiervoor is gebleken is de verdachte een recidivist en spelen dit soort problemen al 10 jaren. Het hof is van oordeel dat dient te worden voorkomen dat de verdachte opnieuw grote aantallen duiven gaat houden. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven dat hij het houden van een klein aantal duiven niet genoeg vindt. Hij heeft tevens aangegeven dat hij zich niet zal houden aan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarde van het houden van maximaal 20 duiven, omdat hij limitering onzin vindt. Anders dan de rechtbank gaat het hof daarom niet over tot het opleggen van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
Het hof ziet gelet op het hiervoor overwogene geen andere mogelijkheid dan het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde van een algeheel houdverbod zoals hierna vermeld.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur, met een proeftijd van drie jaren en met de bijzondere voorwaarde van een algeheel houdverbod van na te noemen dieren, een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2.2 en 8.12 van de Wet dieren, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat:

 de veroordeelde zal de komende 3 (drie) jaren geen duiven noch enig andere soort vogel/pluimvee houden.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. M.A.J. van de Kar, als voorzitter, mr. H. Steenhuis en mr. R.J. Bartels, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.R.J. Heuvelman.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 oktober 2024.
Mr. R.J. Bartels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.