Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2024:1774

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
20 augustus 2024
Publicatiedatum
8 oktober 2024
Zaaknummer
BK-23/646bis
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak inzake vergoeding immateriële schade in hoger beroep belastingrecht

In deze bestuursrechtelijke zaak op het gebied van belastingrecht heeft het Gerechtshof Den Haag op 20 augustus 2024 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van de uitspraak van 10 juli 2024. Belanghebbende had het hof gewezen op een omissie in het dictum, waarbij een reeds toegekende vergoeding van immateriële schade niet was vermeld.

Het hof heeft vastgesteld dat onder de rechtsoverwegingen 5.3 tot en met 5.13 de Heffingsambtenaar veroordeeld is tot vergoeding van immateriële schade van €500, maar dat dit abusievelijk niet in het dictum was opgenomen. Gezien het een kennelijke fout betreft, is deze hersteluitspraak passend.

De hersteluitspraak bevestigt de eerdere uitspraak, vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze geen beslissing nam over de immateriële schadevergoeding, en veroordeelt de Heffingsambtenaar tot betaling van €500 immateriële schade, proceskosten van €218,75 en restitutie van het griffierecht van €136.

De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag en is in het openbaar uitgesproken. Een afschrift is digitaal en per post verzonden aan partijen.

Uitkomst: Het hof veroordeelt de Heffingsambtenaar tot vergoeding van €500 immateriële schade en proceskosten, en herstelt het dictum van de eerdere uitspraak.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG
Team Belastingrecht
meervoudige kamer
nummer BK-23/646bis

Uitspraak van 20 augustus 2024 ter herstel van de uitspraak van 10 juli 2024

in het geding tussen:

[X] te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: S.J.J.G. Fernandes)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, de Heffingsambtenaar,

(vertegenwoordiger: […] )
gedaan ter verbetering van de uitspraak van dit Hof van 10 juli 2024, nr. BK-23/646, inzake het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 23 mei 2023, nummer SGR 22/1104.

De uitspraak in het hoger beroep

1.1.
Het Hof heeft in deze zaak op 10 juli 2024 uitspraak gedaan. Nadien heeft belanghebbende het Hof gewezen op een omissie in het dictum.
1.2.
Het Hof heeft de Heffingsambtenaar onder rechtsoverwegingen 5.3 tot en met 5.13 veroordeeld tot vergoeding van een immateriële schade van € 500, maar dit abusievelijk niet in het dictum vermeld. Naar het oordeel van het Hof is sprake van een kennelijke fout die zich leent voor herstel door middel van de onderhavige hersteluitspraak.
1.3.
Herstel van deze misslag brengt mee dat het dictum van de uitspraak van 10 juli 2024 als volgt komt te luiden:
“Het Gerechtshof:
  • vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover de Rechtbank daarin geen beslissing heeft genomen op het verzoek om vergoeding van immateriële schade;
  • bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor het overige;
  • veroordeelt de Heffingsambtenaar in de door belanghebbende geleden immateriële schade van € 500;
  • veroordeelt de Heffingsambtenaar in de proceskosten in hoger beroep van belanghebbende tot een bedrag van € 218,75;
  • gelast de griffier het voor hoger beroep betaalde griffierecht van € 136 terug te storten.

Beslissing

Het Gerechtshof herstelt de uitspraak van 10 juli 2024, nr. BK-23/646, op de hiervoor onder 1.3 vermelde wijze.
Deze uitspraak is vastgesteld door W.M.G. Visser, H.A.J. Kroon, en M.J.M. van der Weijden, in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Nederveen. De beslissing is op 20 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: