Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 4 juni 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Hoorplicht
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag IB/PVV 2018 en stelde dat de Inspecteur de hoorplicht had geschonden en in strijd met de goede procesorde had gehandeld. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het geschil betrof vooral de vraag of belanghebbende voldoende in de gelegenheid was gesteld om gehoord te worden. De Inspecteur had meerdere keren data voor een hoorgesprek voorgesteld, maar belanghebbende annuleerde afspraken en reageerde niet op latere voorstellen. De brief van 28 juli 2022, waarin nieuwe hoordata werden aangeboden, zou volgens belanghebbende te laat zijn ontvangen, maar het Hof achtte dit onvoldoende aannemelijk en vond dat voldoende gelegenheid was geboden.
Daarnaast oordeelde het Hof dat het handelen van de Inspecteur niet in strijd was met de goede procesorde, omdat het hem vrijstond nieuwe standpunten in te brengen. De aanslag zelf was niet langer in geschil. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de hoorplicht niet is geschonden en verklaart het hoger beroep ongegrond.