ECLI:NL:GHDHA:2024:124
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. van Dongen
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde en afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel en meerderheidsregel
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 2018, waarvan de WOZ-waarde voor 2021 door de gemeente Rijswijk is vastgesteld op €555.000. Na bezwaar werd de waarde verlaagd naar €525.000, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogt belanghebbende dat de WOZ-waarde onjuist is vastgesteld en beroept zich op het gelijkheidsbeginsel en de meerderheidsregel, stellende dat vergelijkbare woningen uit een eerdere bouwfase lager zijn gewaardeerd.
Het hof analyseert de situatie en stelt vast dat slechts twee van vier identieke woningen gunstiger zijn behandeld, waardoor niet kan worden gesproken van een meerderheid. Ook de aangevoerde schikking voor een andere woning wordt verworpen omdat deze woning niet identiek is vanwege verschillen in grootte en gevel. Het hof benadrukt dat voor toepassing van de meerderheidsregel woningen verwaarloosbaar moeten verschillen en dat de woning van belanghebbende los moet worden gezien van andere fasen binnen het project.
Gelet op deze bevindingen verklaart het hof het hoger beroep ongegrond en bevestigt het de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 9 januari 2024 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €525.000 wordt bevestigd.