ECLI:NL:GHDHA:2024:1159
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige in het belang van verzorging en opvoeding
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag waarbij machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige is verleend. De ouders zijn het niet eens met deze beslissing en hebben ieder afzonderlijk hoger beroep ingesteld. De moeder verzoekt om vernietiging van de beschikking en terugplaatsing van de minderjarige bij haar familie, terwijl de vader een bijzondere curator wil laten benoemen en pleit voor een kortere uithuisplaatsing met aanvullend onderzoek.
De feiten tonen aan dat de minderjarige sinds 2018 onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling en sinds 2023 met spoed uit huis is geplaatst vanwege ernstige problemen in de thuissituatie. De moeder kampt met psychiatrische problematiek en is niet in staat geweest voor het kind te zorgen. De vader heeft de zorg overgenomen maar is overbelast geraakt, heeft de minderjarige geslagen en vertoont problematisch gedrag. De minderjarige kampt met trauma’s en hechtingsproblematiek.
Het hof oordeelt dat de kinderrechter terecht tot uithuisplaatsing is gekomen. De wisselingen van verblijfplaats zijn weliswaar onwenselijk, maar noodzakelijk. De uithuisplaatsing blijft noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en voor het uitvoeren van diagnostiek en behandeling. Zonder toestemming van de ouders kan dit niet starten, maar het hof gaat ervan uit dat deze zal worden verleend. De benoeming van een bijzondere curator wordt niet noodzakelijk geacht.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst de overige verzoeken af. De uithuisplaatsing blijft van kracht tot nader onderzoek en behandeling, met het oog op het belang van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst de overige verzoeken af.