Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 26 maart 2024, waarmee de vrouw in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 29 februari 2024 en waarin de grieven in hoger beroep zijn genomen;
- de memorie van antwoord van de man van 9 april 2024, met bijlagen;
- een akte van de zijde van de vrouw van 16 mei 2024, ingekomen bij het hof op 17 mei 2024, met bijlagen;
- de akte van de zijde van de man 22 mei 2024, ingekomen bij het hof op diezelfde datum, met bijlagen;
- het procesdossier uit de eerste aanleg.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Bezwaar ingekomen stukken
7.Beslissing
- vernietigt het bestreden vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 29 februari 2024 voor zover het betreft de veroordeling tot nakoming van de zorgregeling in de vakanties en de veroordeling van de vrouw in de proceskosten;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor zover het betreft de veroordeling van de vrouw tot nakoming van de in de beschikking van 20 juni 2023 van de rechtbank Rotterdam vastgestelde reguliere zorgregeling en de daaraan verbonden dwangsommen;
- wijst de vorderingen van de man om de vrouw in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep te veroordelen af;
- wijst de vordering van de man om de vrouw te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling voor zover het betreft de in de beschikking van 20 juni 2023 van de rechtbank Rotterdam vastgestelde vakantieregeling af;
- compenseert de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- wijst af het meer of anders verzochte.