ECLI:NL:GHDHA:2023:913
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen taxatie
Belanghebbende is eigenaar van een galerijwoning uit 1957, gelegen op de tweede verdieping van een appartementencomplex zonder lift. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2020 vast op €215.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar €206.000. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en vorderde een verdere verlaging naar €186.000.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het gerechtshof bevestigt dit oordeel. De heffingsambtenaar heeft een taxatieverslag en een waardematrix overgelegd waarin vergelijkingsobjecten uit hetzelfde complex zijn gebruikt. De verschillen tussen de woning en de vergelijkingsobjecten zijn volgens het hof voldoende gecorrigeerd. Belanghebbende heeft onvoldoende bewijs geleverd om de waardering te betwisten.
Het hof oordeelt dat de waarde van €206.000 niet te hoog is vastgesteld en dat de taxatiemethode en onderbouwing voldoen aan de wettelijke eisen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €206.000 wordt bevestigd.