In de strafzaak tegen verzoeker vond op 4 oktober 2023 een regiezitting plaats waarbij verzoeker de voorzitter van de meervoudige strafkamer wraking verzocht. Verzoeker stelde dat de voorzitter partijdig was omdat zij geen oog had voor overtredingen van wetten en rechtsbeginselen en dat het Openbaar Ministerie en de politie te kwader trouw zouden zijn.
De wrakingskamer oordeelde dat uit het proces-verbaal van de zitting niet blijkt dat de voorzitter een mening of oordeel heeft geuit die wijst op partijdigheid. De zitting was een regiezitting met als doel te bespreken of verzoeker zonder advocaat zijn verdediging kon voeren, niet een inhoudelijke behandeling.
Verder stelde de wrakingskamer dat de enkele indruk van vooringenomenheid op gezichten en gedrag van rechters onvoldoende is als grond voor wraking, en dat wraking alleen kan worden verzocht van rechters die een zaak behandelen, niet van de advocaat-generaal of griffie.
Op grond hiervan werd het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting afgewezen, conform het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Den Haag.