In hoger beroep is de verdachte, een rechtspersoon die als landbouwer opereert, veroordeeld voor het produceren van meer dierlijke meststoffen met melkvee dan het fosfaatrecht op haar bedrijf toestond in 2019. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte 805,39 kilogram fosfaat te veel heeft geproduceerd zonder fosfaatrecht of ontheffing.
De verdediging voerde aan dat de materiële wederrechtelijkheid ontbrak omdat de verdachte met een innovatief circulair productieproces handelde dat het milieu beschermt. Het hof verwierp dit verweer omdat het proces in 2019 nog niet volledig was geëffectueerd en er legale alternatieven waren, zoals het leasen of kopen van fosfaatrechten of het wachten op een ontheffing.
Hoewel de verdachte strafbaar is, legt het hof geen straf op vanwege de goede intenties, de innovatieve aard van het bedrijf, de langdurige wachtperiode op een ontheffing en het ontbreken van eerdere veroordelingen. Het vonnis van de politierechter wordt vernietigd en het hof spreekt de verdachte vrij van het meerdere ten laste gelegde.
Het arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk, mr. F.W. van Lottum en mr. H. Steenhuis en uitgesproken op 16 februari 2023.