In hoger beroep is de verdachte schuldig bevonden aan het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van een deur en het bijbehorende kozijn van een bedrijf te Waddinxveen op 5 oktober 2021. De politierechter had de verdachte eerder schuldig verklaard zonder strafoplegging, maar het hof vernietigde dit vonnis en deed opnieuw recht.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte met zijn volle gewicht de deur forceerde, wat leidde tot materiële schade. De verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten. Er werd geen straf of maatregel opgelegd omdat het hof oordeelde dat een straf geen redelijk strafrechtelijk doel meer dient, mede gezien eerdere veroordelingen van de verdachte.
De benadeelde partij vorderde €1.845 aan materiële schadevergoeding, welke het hof toewijst inclusief wettelijke rente vanaf 5 oktober 2021. Het beroep van de verdachte op eigen schuld van de benadeelde partij werd verworpen, omdat de ernst van de actie van de verdachte zwaarder woog. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld in de kosten voor de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging.
Het hof legde de verplichting op aan de verdachte om het schadebedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer, met een gijzelingstermijn van maximaal 28 dagen voor het geval van niet-betaling. Dit arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag op 18 september 2023.