ECLI:NL:GHDHA:2023:2853
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voorlopige partneralimentatie in internationale echtscheiding vastgesteld op basis van draagkracht man
In deze zaak gaat het om een verzoek tot voorlopige voorziening in de vorm van partneralimentatie in een internationale echtscheiding. De vrouw verzoekt een bijdrage in haar levensonderhoud, met name ter hoogte van haar woonlasten die de man tot haar vertrek uit de echtelijke woning heeft betaald.
Het hof oordeelt dat het karakter van de voorlopige voorziening een tijdelijke ordemaatregel is en dat een gedetailleerd onderzoek naar de behoefte van de vrouw niet noodzakelijk is in deze fase. Het hof sluit aan bij het standpunt van de vrouw dat haar behoefte gelijk is aan haar woonlasten van €1.222 per maand, gebruteerd €1.710.
De draagkracht van de man wordt berekend aan de hand van de formule uit het rapport Alimentatienormen 2023, waarbij het netto besteedbaar inkomen wordt vastgesteld op €4.073 per maand. De kosten van het kind van de man worden in aanmerking genomen, waardoor de voorlopige draagkracht wordt vastgesteld op €499 netto, wat leidt tot een bruto voorlopige onderhoudsbijdrage van €791 per maand.
Het hof wijst het verzoek van de vrouw toe voor dit bedrag met ingang van 22 november 2022 en wijst het overige verzoek af. De beslissing is genomen zonder diepgaand onderzoek naar fiscale regelingen zoals de 30%-regeling, die in de hoofdzaak aan bod zal komen.
Uitkomst: De man moet vanaf 22 november 2022 een voorlopige partneralimentatie van €791 bruto per maand betalen aan de vrouw.