Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Kenmerk hoofdzaak : 22-004989-19
Gerechtshof Den Haag
In de strafzaak met rolnummer 22-004989-19 heeft verzoeker meerdere wrakingsverzoeken ingediend tegen de voorzitter en leden van de meervoudige strafkamer en tegen de coördinator van de wrakings- en verschoningskamer. Het eerste wrakingsverzoek tegen de voorzitter werd reeds afgewezen op 25 oktober 2023.
Het tweede wrakingsverzoek betrof zowel de voorzitter en leden van de strafkamer als de coördinator van de wrakingskamer. De wrakingskamer verklaarde het verzoek tegen de coördinator niet-ontvankelijk omdat een wrakingsverzoek uitsluitend kan worden gericht tegen de raadsheren die de zaak behandelen.
De wrakingskamer oordeelde dat de verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij de rechters. Ook kon de inhoud van een rechterlijke beschikking, zoals de beschikking van 2 november 2023 waarin een vermoeden van een psychische stoornis werd vastgesteld en een advocaat werd toegevoegd, geen grond voor wraking vormen.
Gelet op het misbruik van het wrakingsrecht door verzoeker en de eerder genomen beschikking dat verzoeker een advocaat moet worden toegevoegd, bepaalde de wrakingskamer dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker alleen in behandeling worden genomen indien deze door een advocaat zijn ondertekend en ingediend.
De wrakingskamer wees het wrakingsverzoek tegen de voorzitter en leden af, verklaarde het verzoek tegen de coördinator niet-ontvankelijk en nam de genoemde maatregel voor toekomstige verzoeken.
Uitkomst: Wrakingsverzoeken afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken alleen in behandeling indien ingediend door advocaat.