Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2023:2613

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
22 december 2023
Zaaknummer
22-005036-18.a
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 69 AWRArt. 341 SrArt. 420bis SrArt. 420ter Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak deelname criminele organisatie, valsheid in geschrift en witwassen wegens gebrek aan bewijs

In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en verdachte vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, medeplegen valsheid in geschrift en (gewoonte)witwassen. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf, maar het hof acht het bewijs onvoldoende om de tenlasteleggingen te bevestigen.

De tenlasteleggingen betroffen het valselijk opmaken en opnemen van valse voorschotformulieren in de bedrijfsadministratie van een bedrijf, met als oogmerk deze als echt te gebruiken. Tevens werd witwassen ten laste gelegd, voortvloeiend uit deze valsheid. Het hof concludeert dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte wetenschap had van de valsheid of dat zij de formulieren zelf valselijk heeft opgemaakt.

Daarmee faalt ook de bewijsvoering voor het witwassen, aangezien dit afhankelijk is van de valsheid in geschrift. Het hof ziet geen aanleiding om de vraag te behandelen of het onttrekken van voorschotbedragen aan het bedrijf een strafbaar feit opleverde. De verdachte wordt daarom volledig vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie, valsheid in geschrift en witwassen wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

Rolnummer: 22-005036-18
Parketnummer: 10-993020-18
Datum uitspraak: 22 december 2023
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2017 te Rotterdam en/of Schiedam en/of 's-Gravenhage en/of Apeldoorn, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van meerdere natuurlijke personen en/of rechtspersonen, te weten zij, verdachte, en/of [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [betrokkene 3] en/of [medeverdachte] en/of [medeverdachte 4] en/of [bedrijf A] en/of [bedrijf B] en/of [bedrijf C] en/of [bedrijf D] en/of [bedrijf/medeverdachte 5] en/of [bedrijf E] en/of [bedrijf F] en/of [bedrijf G] en/of [bedrijf H] en/of [bedrijf I] en/of [bedrijf J] en/of [bedrijf K] en/of [bedrijf L] en/of [bedrijf M] en/of één of meer ander(e) (rechts)perso(o)n(en), en welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:
- valsheid in geschrifte (art 225 leden Pro 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en/of
- het opzettelijk niet danwel onjuist en/of onvolledig doen van een of meer bij de belastingwet voorziene aangifte(n) (artikel 69 AWR Pro) en/of
- faillissementsfraude (artikel 341 e.v. Wetboek van Strafrecht) en/of
- ( gewoonte)witwassen (artikel 420bis/ter Wetboek van Strafrecht);
2.
Zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2017 te Rotterdam en/of Bleiswijk en/of Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal:
de (bedrijfs)administratie van [bedrijf A], zijnde die bedrijfsadministratie een (samenstel van) geschrift(en), bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen,
immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) een of meerdere valse geschrift(en), te weten een of meerdere voorschotformulier(en), waaronder/te weten:
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 4] op 20 mei 2014 (DOC-666) en/of 16 juni 2014 (DOC-652) en/of 10 juli 2014 (DOC-653) en/of 30 september 2014 (DOC-655) en/of 29 oktober 2014 (DOC-656) en/of 5 november 2014 (DOC-657) en/of 19 november 2014 (DOC-658) en/of 18 december 2014 (DOC-659); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 5] voor de periode(n) 6 en/of 9 en/of 10 en/of 11 en/of 12 en of 13 van het jaar 2015 en/of de periode(n) 3 en/of 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 8 en/of 9 van het jaar 2016 (DOC-485 tot en met DOC-492 en DOC 456 tot en met DOC-460); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 6] voor de periode(n) 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 9 van het jaar 2016 (DOC-232 tot en met DOC-238); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 7] voor de periode(n) 5 en/of 9 en/of 10 en/of 13 en/of 14 van het jaar 2015 en/of de periode(n) 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 en/of 5 en/of 8 en/of 9 van het jaar 2016 (DOC-637 tot en met DOC-648); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 8] voor de periode(n) 5 en/of 6 en/of 7 en/of 9 en/of 10 en/of 11 en/of 12 en/of 13 van het jaar 2015 (DOC-1250 tot en met DOC-1257),
althans een of meerdere valse geschrift(en), verwerkt en/of doen verwerken en/of opgenomen en/of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf A],
bestaande die valsheid hierin dat (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op genoemde voorschotformulier(en) is vermeld dat het op die/dat voorschotformulier(en) vermelde voorschot(ten) is/zijn uitbetaald aan de op die/dat voorschotformulier(en) vermelde perso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid aan de op die/dat voorschotformulier(en) vermelde perso(o)n(en) geen voorschot is uitbetaald, in elk geval niet het geldbedrag als voorschot aan de op die/dat voorschotformulier(en) vermelde perso(o)n(en) is uitbetaald zoals vermeld op dat/die voorschotformulier(en),
zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken;
Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
Zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2017 te Rotterdam en/of Bleiswijk en/of Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal:
een of meerdere valse geschrift(en), te weten een of meerdere voorschotformulier(en), waaronder/te weten:
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 4] op 20 mei 2014 (DOC-666) en/of 16 juni 2014 (DOC-652) en/of 10 juli 2014 (DOC-653) en/of 30 september 2014 (DOC-655) en/of 29 oktober 2014 (DOC-656) en/of 5 november 2014 (DOC-657) en/of 19 november 2014 (DOC-658) en/of 18 december 2014 (DOC-659); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 5] voor de periode(n) 6 en/of 9 en/of 10 en/of 11 en/of 12 en of 13 van het jaar 2015 en/of de periode(n) 3 en/of 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 8 en/of 9 van het jaar 2016 (DOC-485 tot en met DOC-492 en DOC 456 tot en met DOC-460); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 6] voor de periode(n) 4 en/of 5 en/of 6 en/of 7 en/of 9 van het jaar 2016 (DOC-232 tot en met DOC-238); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 7] voor de periode(n) 5 en/of 9 en/of 10 en/of 13 en/of 14 van het jaar 2015 en/of de periode(n) 1 en/of 2 en/of 3 en/of 4 en/of 5 en/of 8 en/of 9 van het jaar 2016 (DOC-637 tot en met DOC-648); en/of
-(een) voorschotformulier(en) van de betaling van een voorschot aan [betrokkene 8] voor de periode(n) 5 en/of 6 en/of 7 en/of 9 en/of 10 en/of 11 en/of 12 en/of 13 van het jaar 2015 (DOC-1250 tot en met DOC-1257),
althans een of meerdere valse geschrift(en), zijnde (telkens) een geschrift om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of valselijk heeft doen opmaken en/of heeft vervalst en/of heeft doen vervalsen, immers heeft/hebben zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op genoemde voorschotformulier(en) vermeld en/of laten vermelden en/of doen vermelden dat het op die/dat voorschotformulier(en) vermelde voorschot(ten) is/zijn uitbetaald aan de op die/dat voorschotformulier(en) vermelde perso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid aan de op die/dat voorschotformulier(en) vermelde perso(o)n(en) geen voorschot is uitbetaald, in elk geval niet het geldbedrag als voorschot aan de op die/dat voorschotformulier(en) vermelde perso(o)n(en) is uitbetaald zoals vermeld op dat/die voorschotformulier(en);
zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door (een) ander(en) te doen gebruiken.
3.
zij op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 januari 2017 te Rotterdam en/of Bleiswijk en/of 's-Gravenhage een/of Zoetermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,
a. a) (telkens) van één of meerdere geldbedrag(en) van (in totaal) 1.552.668,94 euro, althans een (groot) geldbedrag (aan niet uitbetaalde voorschotten) (zaaksdossier witwassen/valsheid 3-OPV, p. 22 e.v.), althans (telkens) van een of meer (groot/grote) geldbedrag(en) en/of een of meer goederen, althans een of meer voorwerpen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest (en) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp (en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) van het plegen van dat feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt,
en/of
b) (telkens) één of meerdere geldbedrag(en) van (in totaal) 1.552.668,94 euro, althans een (groot) geldbedrag (aan niet uitbetaalde voorschotten) (zaaksdossier witwassen/valsheid 3-OPV, p. 22 e.v.), althans (een) (groot/grote) geldbedrag(en) en/of een of meer goederen, althans een of meer voorwerpen, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, althans van een of meerdere voorwerp(en), te weten vorengenoemd(e) goed(eren) en/of geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven goed(eren) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven, terwijl zij, verdachte, en/of haar mededader(s) van het plegen van dat feit een gewoonte heeft/hebben gemaakt.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het onder 1, 2 primair en subsidiair en 3 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraken
Feit 1
Het hof is, conform het standpunt van de advocaat-generaal en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Feiten 2 en 3
Aan de verdachte is onder feit 2 tenlastegelegd dat zij de bedrijfsadministratie van [bedrijf A] valselijk heeft opgemaakt, door daarin valse voorschotformulieren op te nemen, dan wel dat zij die voorschotformulieren valselijk heeft opgemaakt. Onder feit 3 is aan de verdachte tenlastegelegd het witwassen voortvloeiend uit die valsheid in geschrift.
Het hof overweegt als volgt.
Het dossier biedt geen aanknopingspunten voor de wetenschap bij de verdachte van de valsheid van de voorschotformulieren en ook niet voor het daarvan opmaken door de verdachte.
Dit maakt dat naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder
2 primair en 2 subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Gelet op de vrijspraken ter zake van feit 2, kan alleen hierom al evenmin wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan (gewoonte)witwassen, zodat zij ook van het onder feit 3 tenlastegelegde zal worden vrijgesproken.
Het hof komt om die reden in de zaak van de verdachte niet toe aan de beoordeling van de vraag of met het onttrekken van de niet aan de werknemers uitbetaalde voorschotbedragen aan [bedrijf A] een aan het witwassen voorafgaand strafbaar feit is gepleegd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 2 subsidiair en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,
mr. H. Steenhuis en mr. R. van der Hoeven, in bijzijn van de griffier mr. L.A. Haas.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 december 2023.