Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
zaterdag 27 januari 2024;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele familierechtzaak gaat het om de vaststelling van een omgangsregeling en kinderalimentatie tussen ouders na beëindiging van hun relatie. De moeder vordert kinderalimentatie en een omgangsregeling, terwijl de vader incidenteel hoger beroep instelt tegen de afwijzing van de omgangsregeling.
Het hof bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank dat omgang met de vader op dit moment niet in het belang is van de minderjarigen vanwege zijn langdurige verslavingsproblemen, financiële problemen en recente bewindvoering. De vader heeft onvoldoende aangetoond dat zijn situatie is verbeterd en de minderjarigen zelf willen geen omgang zolang de vader zijn leven niet op orde heeft.
De behandeling van de kinderalimentatie wordt aangehouden om de bewindvoerder te laten rapporteren over de financiële draagkracht van de vader. Het hof verzoekt de bewindvoerder om een uitgebreid financieel verslag en stelt een pro forma zitting op 27 januari 2024 vast voor verdere behandeling. De omgangsregeling wordt bekrachtigd zoals vastgesteld door de rechtbank, met ontzegging van het omgangsrecht aan de vader voor nu.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling en ontzegt de vader voorlopig het recht op omgang; de beslissing over kinderalimentatie wordt aangehouden vanwege bewindvoering.