De verdachte reed op 17 juli 2019 in Den Haag met een snelheid van 79 km/u waar 50 km/u was toegestaan en onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 260 microgram per liter. Hierdoor veroorzaakte hij een verkeersongeval waarbij een fietser zwaar lichamelijk letsel opliep, waaronder een open onderbeensfractuur, drie gebroken ribben en een hoofdwond.
In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 160 uur, subsidiair 80 dagen hechtenis, en een rijontzegging van 14 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en legde een taakstraf van 80 uur op, met 40 dagen hechtenis voorwaardelijk, en een rijontzegging van 14 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk.
De verdachte erkende de snelheidsovertreding en het alcoholgebruik volledig. Het hof nam ook de succesvolle mediation tussen verdachte en slachtoffer mee in de strafmotivering, waarbij het slachtoffer aangaf geen straf meer nodig te achten. De verdachte had bovendien eerder een veroordeling voor rijden onder invloed in 2016. De overschrijding van de redelijke termijn werd geconstateerd maar niet verder bestraft vanwege de relatief lichte taakstraf.
Het hof bevestigde de overige delen van het vonnis en bepaalde dat de tijd van het voorarrest in mindering wordt gebracht op de straf. De straf is een passende reactie gelet op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de geslaagde mediation.