ECLI:NL:GHDHA:2023:2099
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling en verlenging looptijd
Appellant werd bij vonnis van de rechtbank Rotterdam op 9 augustus 2021 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. De regeling werd op verzoek van de bewindvoerder tussentijds beëindigd op 21 maart 2023 wegens niet-nakoming van verplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet toerekenbaar tekort was geschoten, onder meer door digitale beperkingen en het ontbreken van huisbezoeken door de bewindvoerder. Tevens betwistte hij het ontstaan van nieuwe schulden en gaf hij aan dat achterstanden konden worden ingehaald met verlenging van de regeling.
De bewindvoerder bevestigde dat sommige schulden inmiddels voldaan waren en adviseerde het hof om het vonnis te vernietigen vanwege de verbeterde situatie en het beschermingsbewind. Het hof oordeelde dat ondanks ernstige tekortkomingen, de omstandigheden en verbeterde naleving aanleiding geven tot verlenging van de regeling.
Daarom vernietigde het hof het tussentijdse beëindigingsvonnis en verlengde de looptijd van de schuldsaneringsregeling met twee jaar tot 9 augustus 2026, waarna de rechtbank de regeling verder zal uitvoeren.
Uitkomst: Het hof vernietigt de tussentijdse beëindiging en verlengt de looptijd van de schuldsaneringsregeling met twee jaar.