Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 23 maart 2021, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het (bij herstelvonnis van 24 februari 2021 verbeterde) vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2020;
- het arrest van dit hof van 19 oktober 2021, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 december 2021;
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord, tevens inhoudende incidenteel hoger beroep, van Stedin, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep van [appellant] .
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Diefstal van elektriciteit (grief 1)
7.Beslissing
- veroordeelt [appellant] om aan Stedin te betalen een bedrag van € 33.941,34, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf 20 december 2016 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure bij de rechtbank, aan de kant van Stedin tot op heden begroot op € 2.042,- aan griffierecht en € 1.390,- aan salaris advocaat, en in de kosten van het principaal hoger beroep, aan de kant van Stedin tot op heden begroot op € 2.106,- aan griffierecht en € 3.062,- aan salaris advocaat;
- compenseert de kosten van het incidenteel hoger beroep, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.