ECLI:NL:GHDHA:2023:193
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing taxivrijstelling wegens ontbreken taxivergunning
Belanghebbende verzocht om toepassing van de taxivrijstelling op grond van artikel 72, lid 1, aanhef en onderdeel n, van de Wet MRB. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat het motorrijtuig niet als taxi was goedgekeurd en er geen taxivergunning was afgegeven. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde het Gerechtshof deze beslissing. Belanghebbende voerde overmacht aan vanwege de coronacrisis en financiële problemen door een eerdere miskoop, waardoor het motorrijtuig niet als taxi kon worden gebruikt en niet geschorst kon worden. Het Hof oordeelde dat de wet geen ruimte laat voor uitzonderingen op deze gronden.
Het Hof benadrukte dat de wettelijke voorwaarden strikt zijn en dat het ontbreken van een taxivergunning doorslaggevend is. De omstandigheden van belanghebbende zijn betreurenswaardig, maar rechtvaardigen geen afwijking van de wet. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de taxivrijstelling bevestigd.