Partijen zijn gehuwd sinds 2009 en hebben drie minderjarige kinderen. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en alimentatie vastgesteld. De man kwam in hoger beroep tegen de alimentatiebeslissingen, stellende dat zijn draagkracht lager is dan aangenomen. De vrouw betwistte dit en stelde dat de man hogere inkomsten heeft dan uit de jaarstukken blijkt.
Het hof heeft het netto besteedbaar inkomen van beide partijen vastgesteld op basis van de beschikbare jaarstukken en inkomensgegevens. Het hof concludeerde dat de man geen hogere inkomsten heeft dan in de stukken vermeld en dat zijn draagkracht beperkt is tot een minimum van €50 per maand per kind. De vrouw kon haar stellingen onvoldoende onderbouwen.
Daarom vernietigde het hof de alimentatiebeslissingen van de rechtbank, stelde de kinderalimentatie vast op €50 per maand per kind en wees het verzoek tot partneralimentatie af. De echtscheiding werd bekrachtigd. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.