Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 14 januari 2022, waarmee [werknemer] in hoger beroep is gekomen van de tussen partijen gewezen vonnissen van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 1 juni 2021 (hierna: het tussenvonnis) en 19 oktober 2021 (hierna: het eindvonnis);
- het arrest van dit hof van 22 maart 2022, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 mei 2022;
- de memorie van grieven van [werknemer], met bijlagen;
- de memorie van antwoord, tevens houdende incidentele memorie van grieven van [werkgever], met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel, met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
standplaats: het terrein waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid uitoefent of het terrein waar de garage der onderneming is gelegen, dan wel waar deze zijn vervoermiddelen stalt of behoort te stallen;”