Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 16 november 2021, waarmee Vochtweg BV in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag (hierna: de kantonrechter) van 7 oktober 2021;
- het arrest van dit hof van 1 februari 2022, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 april 2022;
- de memorie van grieven van Vochtweg BV, met bijlagen 1-4;
- de memorie van antwoord van [verweerster] , met bijlagen 1-7;
- de door Vochtweg overgelegde e-mail van DAS aan mr. De Brouwer van 28 juni 2022;
- de door Vochtweg BV overgelegde beslissing van de Raad van Discipline van 29 augustus 2022;
- de akte van Vochtweg BV van 8 september 2022;
- de antwoordakte van [verweerster] van 11 oktober 2022.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank, vordering in hoger beroep
5.Beoordeling in hoger beroep
6.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 7 oktober 2021, voor zover Vochtweg BV daarin is veroordeeld om aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten méér te betalen dan € 1.514,26, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 1.316,75 met ingang van 15 januari 2021, en Vochtweg BV is veroordeeld in de proceskosten;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- veroordeelt [verweerster] in de kosten van de eerste aanleg, aan de zijde van Vochtweg tot op heden begroot op € 933,-- voor het salaris van de gemachtigde;
- veroordeelt [verweerster] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Vochtweg BV tot op heden begroot op € 103,33 voor het exploot, € 772,-- voor het griffierecht en € 2.090,-- voor het salaris van de advocaat.