ECLI:NL:GHDHA:2023:1662
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek specifieke zorgkosten bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende, die in 2017 in een zorgappartement woonde en diverse aanpassingen aan zijn woning en hulpmiddelen had aangeschaft vanwege ernstige medische beperkingen, maakte aanspraak op aftrek van specifieke zorgkosten bij zijn inkomstenbelasting. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij de aftrek van deze kosten werd teruggenomen. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dit oordeel.
De rechtbank en het hof oordeelden dat uitgaven voor schilderwerk, wand- en vloerafwerking, verbreding van kozijnen en drempels, aanpassingen aan sanitair en interieur, en installatie van domotica niet als 'andere hulpmiddelen' in de zin van de Wet IB 2001 kunnen worden aangemerkt en dus niet aftrekbaar zijn. Ook de uitgaven voor rolstoel, rollator en sta-op-stoel zijn niet aftrekbaar omdat zij niet voldoen aan de wettelijke criteria of expliciet zijn uitgesloten.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de sta-op-stoel hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Daarnaast is de wetgever sinds 2014 overgegaan tot het uitsluiten van bepaalde voorzieningen van aftrek omdat deze via de Wet maatschappelijke ondersteuning vergoed kunnen worden. De rechter mag deze beleidskeuze niet toetsen op billijkheid of innerlijke waarde.
Belanghebbende heeft ook geen bewijs geleverd dat hij in 2017 uitgaven voor genees- en heelkundige hulp heeft gedaan die op hem hebben gedrukt. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en belastingrente zijn bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en belastingrente worden bevestigd.