ECLI:NL:GHDHA:2023:157
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezamenlijk ouderlijk gezag ondanks communicatieproblemen tussen ouders
In deze zaak staat het geschil centraal over het gezamenlijk ouderlijk gezag over een minderjarige geboren in 2017. De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank Rotterdam die het gezag wijzigde van alleen de moeder naar gezamenlijk gezag van beide ouders. Zij vreest dat de communicatieproblemen tussen haar en de vader het gezamenlijk gezag in de praktijk onmogelijk maken en verwijt de vader misbruik van zijn gezagspositie.
De vader verzet zich tegen het beroep van de moeder en benadrukt zijn wens om zijn ouderlijke verantwoordelijkheid te dragen. Hij ontkent het misbruik en stelt dat de communicatie redelijk verloopt. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de mondelinge behandeling bijgewoond, waarbij is vastgesteld dat ondanks de niet vlekkeloze communicatie, partijen in staat zijn om samen beslissingen te nemen over de minderjarige, zoals het wijzigen van de zorgregeling en overleg bij ziekte.
Het hof verwijst naar artikel 1:253c BW, waarin het uitgangspunt is dat gezamenlijk gezag wordt toegewezen, tenzij er een onaanvaardbaar risico is voor het kind. Het hof concludeert dat geen van beide uitzonderingen zich voordoet en dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen. De moeder wordt opgeroepen om in het belang van het kind de communicatie te verbeteren en respect te tonen voor de gezagsverdeling.
De bestreden beschikking wordt bekrachtigd en de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen en de beschikking tot gezamenlijk gezag wordt bekrachtigd.