ECLI:NL:GHDHA:2023:1536
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wijziging hoofdverblijfplaats minderjarigen na ondertoezichtstelling
De vader verzocht de rechtbank om de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem vast te stellen, wat werd toegewezen. De minderjarigen stonden onder toezicht en volgden een traject ter voorkoming van uithuisplaatsing. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beschikking.
Het hof overwoog dat er zowel bij de moeder als bij de vader zorgen zijn over de opvoedsituatie. De moeder heeft hard gewerkt aan verbetering, maar het hulpverleningstraject is gestopt. Bij de vader zijn er zorgen over het niet naleven van afspraken en het negatief uiten over de moeder richting de minderjarigen. De minderjarigen volgen intensieve hulptrajecten die niet verstoord mogen worden.
Gezien de wisselende wensen van de minderjarigen en het belang van stabiliteit en continuïteit in de hulpverlening, acht het hof het niet in het belang van de kinderen om de hoofdverblijfplaats te wijzigen. Daarom vernietigt het hof de beschikking en blijft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de moeder blijft.