ECLI:NL:GHDHA:2023:1402
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter in gezags- en verblijfplaatsgeschil minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag die het gezag over hun minderjarige kind aan de vader toekende en een contactregeling met de moeder vaststelde. Het kind verblijft sinds maart 2022 op basis van een machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader in Frankrijk.
Het centrale geschil betreft de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter, waarbij de moeder stelt dat de gewone verblijfplaats van het kind op het moment van procesinleiding in Frankrijk lag, terwijl de vader dit betwist vanwege de kinderbeschermingsmaatregelen en de inschrijving in Nederland.
Het hof oordeelt dat de gewone verblijfplaats van het kind op 10 augustus 2022 in Frankrijk was gelegen, gelet op de feitelijke omstandigheden zoals school, sociale contacten en medische zorg aldaar. De Nederlandse rechter is daarom internationaal onbevoegd op grond van Brussel II-ter. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is internationaal onbevoegd verklaard om van het verzoek kennis te nemen.