Uitspraak
Uitspraak van 4 april 2023
[X] ,belanghebbende, tegen de onder 1.1. vermelde uitspraak.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende tekende verzet aan tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het te laat indienen van het hogerberoepschrift. De termijn voor het indienen van het hoger beroep begon te lopen op de dag na verzending van de uitspraak van de Rechtbank Den Haag en bedroeg zes weken. Belanghebbende was van mening dat de termijn eindigde op 26 augustus 2022, maar het hof stelde vast dat de termijn op 25 augustus 2022 om 24.00 uur eindigde.
Het hogerberoepschrift werd op 26 augustus 2022 om 23:12 uur ontvangen, waardoor het één dag te laat was ingediend. Belanghebbende voerde aan dat zij niet juridisch geschoold was en had gewacht met het indienen van het hogerberoepschrift totdat zij een adviesrapport van een fiscalist had ontvangen om een compleet geschrift in te dienen. Het hof oordeelde echter dat deze redenen onvoldoende waren om het verzuim te verontschuldigen.
Het hof benadrukte dat het risico van een verkeerde interpretatie van de termijn voor rekening van belanghebbende komt en dat het uitstellen van het indienen van het hogerberoepschrift tot het moment dat alle stukken compleet waren, eveneens voor haar risico was. Daarom werd het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard en bleef de uitspraak van de rechtbank in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het hogerberoepschrift.