Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- op 19 april 2022 een e-mailbericht met bijlage;
- op 22 april 2022 een e-mailbericht met bijlage;
Gerechtshof Den Haag
De minderjarige is sinds juli 2019 uit huis geplaatst en verblijft in een pleeggezin. De moeder is het niet eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en verzoekt het hof om de maatregelen te verkorten en te werken aan thuisplaatsing.
Het hof onderzoekt de situatie en constateert dat hoewel de moeder positieve stappen heeft gezet, zoals het afronden van therapieën en het accepteren van hulp, zij onvoldoende opvoedvaardigheden toont om de minderjarige weer thuis te kunnen opvoeden. De gecertificeerde instelling baseert het perspectiefbesluit op een beoordelingsboog en eigen observaties.
De minderjarige heeft behoefte aan duidelijkheid over zijn toekomst en vertoont tekenen van een loyaliteitsconflict. Het hof acht het perspectiefbiedende pleeggezin positief voor zijn ontwikkeling en ziet geen grond voor terugplaatsing. Wel beveelt het hof aan de contacten tussen de ouders en de minderjarige uit te breiden, rekening houdend met de lopende EMDR-therapie.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het verzoek van de moeder af, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot september 2022.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot thuisplaatsing af.