ECLI:NL:GHDHA:2022:901
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- F. Ibili
- A.C. Olland
- E.C. Punselie
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezagszaak: gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats minderjarigen bevestigd
In deze gezagszaak is in eerste aanleg de vader eenhoofdig gezag over de minderjarigen toegekend. De moeder kwam hiertegen in hoger beroep. Het hof oordeelt dat partijen ten tijde van het verzoek gezamenlijk gezag hadden, omdat de minderjarigen binnen het in het buitenland voltrokken en in Nederland erkende huwelijk zijn geboren.
De rechtbank had het verzoek van de vader op grond van artikel 1:253c BW toegewezen, maar het hof stelt vast dat dit niet juist was omdat het gezamenlijk gezag nog bestond. Het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag toe te kennen wordt daarom afgewezen.
De hoofdverblijfplaats van de minderjarigen blijft bij de vader, omdat de minderjarigen sinds 2017 bij hem verblijven en geen contact wensen met de moeder. De moeder had onvoldoende contact en inzicht in het welzijn van de kinderen. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het eenhoofdig gezag betreft en bekrachtigd voor het hoofdverblijf.
Uitkomst: Het hof vernietigt het eenhoofdig gezag van de vader en bevestigt het gezamenlijk gezag met hoofdverblijfplaats bij de vader.