ECLI:NL:GHDHA:2022:657
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- R.A. Bosman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet-onmiddellijk in- of uitstappen
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat hij zijn auto tijdelijk stilzette om een passagier op te halen. De Rechtbank oordeelde dat het enkele minuten achterlaten van de auto niet valt onder het begrip onmiddellijk in- of uitstappen zoals bedoeld in de Verordening parkeerbelastingen van de gemeente Den Haag.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat zijn situatie vergelijkbaar is met die van een taxichauffeur of pakketbezorger en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel moet slagen. Het Hof oordeelde echter dat onder onmiddellijk in- of uitstappen alleen handelingen vallen die daadwerkelijk het in- of uitstappen betreffen en direct bij de auto plaatsvinden.
Omdat belanghebbende zijn auto verliet en ongeveer vijf minuten naar het portiek liep om de passagier op te halen, was er sprake van parkeren en niet van onmiddellijk in- of uitstappen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende onderbouwing. Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat geen sprake was van onmiddellijk in- of uitstappen.