De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin hij werd veroordeeld tot betaling van een verhaalsbijdrage aan de gemeente voor bijstand verleend aan een vrouw en haar minderjarige kind. De gemeente stelt dat de man de biologische vader is van het kind en daarom onderhoudsplichtig is. De man betwist dit en weigert mee te werken aan een DNA-onderzoek vanwege privacy- en integriteitsbezwaren.
Het hof oordeelt dat de man als andere belanghebbende tijdig hoger beroep heeft ingesteld, omdat hij pas op 3 maart 2021 bekend werd met de beschikking. Vervolgens overweegt het hof dat op basis van verklaringen van de moeder en de relatie tussen de man en de vrouw aannemelijk is dat hij de verwekker kan zijn. Om dit met zekerheid vast te stellen acht het hof een DNA-onderzoek noodzakelijk.
Het hof weegt de belangen en concludeert dat het DNA-onderzoek geen ongerechtvaardigde inbreuk vormt op de privacy en lichamelijke integriteit van de man en het kind. Daarom krijgt de man vier weken de tijd om te beslissen of hij alsnog meewerkt. Bij weigering zal het hof passende gevolgen verbinden. De beslissing wordt aangehouden tot 28 mei 2022.