ECLI:NL:GHDHA:2022:612
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aftrek specifieke zorgkosten in inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende heeft voor het jaar 2017 specifieke zorgkosten opgevoerd in zijn aangifte inkomstenbelasting, die door de Inspecteur niet in aftrek zijn toegelaten. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank, waarbij het beroep ongegrond werd verklaard, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Hof.
Het Hof heeft overwogen dat de bewijslast voor de aftrek van specifieke zorgkosten bij belanghebbende ligt. Hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de kosten in direct verband stonden met ziekte, daadwerkelijk zijn gemaakt en niet zijn vergoed. Diverse posten zoals genees- en heelkundige hulp, vervoer, medicijnen, hulpmiddelen, dieetkosten en extra kleding en beddengoed zijn beoordeeld, waarbij slechts een beperkt bedrag aan specifieke zorgkosten is geaccepteerd dat onder de wettelijke drempel bleef.
Daarnaast zijn klachten van belanghebbende over ontbrekende stukken, onzorgvuldig handelen van de Inspecteur en onheus bejegenen afgewezen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de vordering tot schadevergoeding zijn verworpen. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van aftrek van specifieke zorgkosten wordt bevestigd.