Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:530

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
27 januari 2022
Publicatiedatum
4 april 2022
Zaaknummer
1009998119
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 406 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen beslissing voorlopige hechtenis

De rechtbank Rotterdam wees op 9 november 2021 het verzoek van verdachte tot opheffing van de voorlopige hechtenis af. Tegen deze beslissing stelde verdachte op 10 november 2021 hoger beroep in. Het gerechtshof Den Haag behandelde dit hoger beroep op 27 januari 2022 in raadkamer. Verdachte was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde advocaat.

Het hof nam kennis van de stukken en het standpunt van de advocaat-generaal. Verdachte verzocht tevens om schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat krachtens artikel 406 lid 1 Sv Pro tegen een beslissing tot voortzetting van voorlopige hechtenis geen hoger beroep mogelijk is, tenzij tegelijk met het eindvonnis.

Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en kwam het niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot schorsing. De beschikking is op 27 januari 2022 gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep tegen de beslissing tot voortzetting van voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk.

Uitspraak

datum beschikking: 27 januari 2022

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het hoger beroep in de zaak van de verdachte, genaamd:

[verdachte]

geboren op [datum] 1995 te Rotterdam
thans gedetineerd in [PI]
Procesgang
De rechtbank Rotterdam heeft ter openbare terechtzitting in eerste aanleg van 9 november 2021 het verzoek van de verdachte om opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen.
Blijkens de akte rechtsmiddel is op 10 november 2021 namens de verdachte hoger beroep tegen die beslissing ingesteld.
Het hof heeft dit hoger beroep op 27 januari 2022 in raadkamer behandeld.
De verdachte is per abuis niet aangevoerd vanuit de PI. Hij heeft er telefonisch mee ingestemd dat de zaak bij zijn afwezigheid door en met zijn gemachtigde raadsman wordt behandeld.
In raadkamer zijn gehoord de gemachtigde advocaat mr. Y. Moszkowicz en de advocaat-generaal mr. I.J.E.H.C. Degeling.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de beslissing waarvan beroep en van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte, waaronder het schriftelijke standpunt van de advocaat-generaal.
In raadkamer is namens de verdachte bij gelegenheid van de behandeling van het hiervoor bedoelde hoger beroep tevens verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis.
Ontvankelijkheid van het beroep
Door of namens de verdachte is aan de rechtbank verzocht om opheffing van de voorlopige hechtenis omdat een rechtsgeldige titel op grond waarvan de verdachte in voorlopige hechtenis zit, ontbreekt. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Het appel richt zich tegen deze beslissing.
Het hof is van oordeel dat op grond van het bepaalde in artikel 406, eerste lid, Sv tegen deze beslissing geen appel mogelijk is, behalve tegelijk met het instellen van appel tegen het eindvonnis. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
Gelet op het vorenstaande komt het hof niet toe aan beoordeling van het subsidiaire verzoek.
Aan het schorsingsverzoek komt het hof, gelet op de niet-ontvankelijkheid van het appel, evenmin toe.
Beslissing
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven op 27 januari 2022 door,
mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,
mr. E.J. van As en mr. J. Eisses, leden,
in bijzijn van F. Abassi, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 27 januari 2022
de advocaat-generaal