ECLI:NL:GHDHA:2022:470
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van erkenning wegens niet-biologische vaderschap en afwijzing geslachtsnaamswijziging
Verzoeker heeft bij het gerechtshof hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning door de erkenner, die niet zijn biologische vader blijkt te zijn. De erkenning dateert uit 1970, maar het verzoek tot vernietiging werd pas in 2020 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van drie jaar na meerderjarigheid.
Het hof stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, ondanks het feit dat verzoeker in het buitenland woont, omdat het een zaak betreft over de persoonlijke staat van een Nederlander. Het toepasselijke recht is Nederlands recht, aangezien de erkenner de Nederlandse nationaliteit had.
Hoewel de wettelijke termijn voor vernietiging overschreden is, oordeelt het hof dat strikte toepassing daarvan een ongerechtvaardigde inmenging in het familie- en gezinsleven van verzoeker oplevert in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het DNA-onderzoek toont aan dat de erkenner niet de biologische vader is. Daarom wordt de erkenning vernietigd.
De geslachtsnaamwijziging wordt afgewezen omdat de wijziging van rechtswege plaatsvindt na vernietiging van de erkenning. Het hof beveelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de vernietiging toe te voegen aan de akten. Het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam wordt daarmee niet toegewezen.
Uitkomst: De erkenning wordt vernietigd ondanks termijnoverschrijding; het verzoek tot geslachtsnaamswijziging wordt afgewezen.