ECLI:NL:GHDHA:2022:455
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens goede trouw ondanks huurschuld
De appellant heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van €37.377,46. De rechtbank wees dit verzoek af omdat zij oordeelde dat appellant niet te goeder trouw was in het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, mede vanwege het gebruik van een WIA-uitkering voor niet-noodzakelijke uitgaven die een huurachterstand veroorzaakten.
In hoger beroep heeft het hof dit oordeel herzien. Het hof acht bewezen dat de huurschuld te goeder trouw is ontstaan, mede doordat appellant beperkte verwijtbaarheid treft vanwege haar medische toestand, waaronder een hersentumor met gedragsstoornissen, zoals bevestigd door een neuroloog en de beschermingsbewindvoerder. De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat appellant geen inzicht heeft in haar financiën en zich houdt aan de aanwijzingen.
Het hof concludeert dat appellant een saneringsgezinde houding heeft, mede doordat een betalingsregeling is getroffen en de WIA-uitkering inmiddels weer op de beheerrekening wordt gestort. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de rechtbank, wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe en verwijst de zaak terug voor uitvoering van deze regeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe wegens goede trouw en saneringsgezinde houding van appellant.