Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[verdachte]
onverwijldna aanhouding van de verdachte is gedaan.
onverwijldheid.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep van een verdachte tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis voor twee weken had bevolen wegens overtreding van een gebiedsverbod.
De verdachte werd op 27 januari 2022 aangehouden en het Openbaar Ministerie diende op 31 januari 2022 de vordering tot tenuitvoerlegging in bij de rechter-commissaris, die dezelfde dag nog besloot. De verdediging voerde aan dat de vordering niet tijdig was ingediend.
Het hof stelde vast dat het hof bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris en dat de behandeling enige tijd had geduurd vanwege twijfel over de bevoegde instantie. Het hof oordeelde dat het OM voldoende voortvarend had gehandeld en dat aan het wettelijke vereiste van onverwijldheid was voldaan.
Daarom wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de beschikking van de rechter-commissaris. De verdachte had afstand gedaan van het recht om bij de zitting aanwezig te zijn. De beschikking werd op 17 maart 2022 gegeven door het hof in Den Haag.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.