ECLI:NL:GHDHA:2022:409

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
17 maart 2022
Publicatiedatum
22 maart 2022
Zaaknummer
922083921
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6:17 SvArt. 6:6:20 SvArt. 6:6:22 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris inzake vervangende hechtenis

De zaak betreft een hoger beroep van een verdachte tegen de beschikking van de rechter-commissaris die de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis voor twee weken had bevolen wegens overtreding van een gebiedsverbod.

De verdachte werd op 27 januari 2022 aangehouden en het Openbaar Ministerie diende op 31 januari 2022 de vordering tot tenuitvoerlegging in bij de rechter-commissaris, die dezelfde dag nog besloot. De verdediging voerde aan dat de vordering niet tijdig was ingediend.

Het hof stelde vast dat het hof bevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep tegen een beslissing van de rechter-commissaris en dat de behandeling enige tijd had geduurd vanwege twijfel over de bevoegde instantie. Het hof oordeelde dat het OM voldoende voortvarend had gehandeld en dat aan het wettelijke vereiste van onverwijldheid was voldaan.

Daarom wees het hof het hoger beroep af en bevestigde de beschikking van de rechter-commissaris. De verdachte had afstand gedaan van het recht om bij de zitting aanwezig te zijn. De beschikking werd op 17 maart 2022 gegeven door het hof in Den Haag.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.

Uitspraak

datum beschikking: 17 maart 2022

GERECHTSHOF DEN HAAG

Openbare meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het hoger beroep in de zaak van de verdachte, genaamd:

[verdachte]

geboren op [datum] 1965 te [plaats].
Procesgang
De rechter-commissaris heeft bij beschikking van 31 januari 2022 de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis voor de duur van twee weken ex artikel 6:6:20 Wetboek Pro van Strafvordering bevolen.
Blijkens de akte rechtsmiddel is op 1 februari 2022 namens de verdachte hoger beroep tegen die beslissing ingesteld.
Het hof heeft dit hoger beroep op 17 maart 2022 in openbare meervoudige raadkamer behandeld.
In het dossier bevindt zich geen schriftelijke verklaring van de verdachte waaruit blijkt dat zij niet in raadkamer wenst te worden gehoord. De advocaat van de verdachte heeft desgevraagd in raadkamer in zijn hoedanigheid van gemachtigd advocaat verklaard dat zijn cliënte afstand doet van haar recht om aanwezig te zijn bij de behandeling van het appel.
In raadkamer zijn gehoord de gemachtigd advocaat
mr. F.H. Bruggink en de advocaat-generaal
mr. I.J.E.H.C. Degeling.
De beoordeling van het hoger beroep
Namens de verdachte is betoogd dat de rechter-commissaris ten onrechte de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis heeft bevolen, nu de vordering van het Openbaar Ministerie niet
onverwijldna aanhouding van de verdachte is gedaan.
Het hof stelt vast dat de behandeling van het appel in de onderhavige zaak enige tijd op zich heeft laten wachten, mede omdat twijfel bestond omtrent de bevoegde appel-instantie, nu het in casu een beroep betreft tegen een beslissing van de rechter-commissaris.
Het hof overweegt dat het bepaalde in de artikelen 6:6:20 jo. 6:6:22 en artikel 6:6:17 Wetboek Pro van Strafvordering met zich brengt dat het hof bevoegd - is ter openbare zitting - kennis te nemen van het ingestelde hoger beroep. Het hof zal de zaak meervoudig behandelen.
In de onderhavige zaak is de verdachte wegens overtreding van het voor haar toepasselijke gebiedsverbod aangehouden op donderdagavond 27 januari 2022 om 23.48 uur. De politie heeft proces-verbaal opgemaakt, welk proces-verbaal is gesloten op zaterdag 29 januari 2022. Op maandag 31 januari 2022 heeft het Openbaar Ministerie onder verwijzing naar dat proces-verbaal de vordering tot de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis bij de rechter-commissaris ingediend. Daarmee is naar het oordeel van het hof voldoende voortvarend gehandeld en mitsdien is er voldaan aan het wettelijk vereiste van
onverwijldheid.
In dit verband merkt het hof op dat de rechter-commissaris diezelfde dag, dus nog op 31 januari 2022, nadat hij de verdachte had gehoord, op de vordering heeft beslist.
Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Deze beschikking is gegeven op 17 maart 2022 door
mr. W.A.G.J.W. Ferenschild, voorzitter,
mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. W.B.M. Tomesen, leden,
in bijzijn van mr. D.D.A. Hoyinck, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 17 maart 2022
de advocaat-generaal