Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [de dochter] , bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een geschil over de onderhoudsbijdrage die een vader aan zijn meerderjarige dochter moet betalen, die sinds haar jeugd in Turkije woont. De rechtbank wees het verzoek van de dochter af omdat zij onvoldoende behoeftigheid had aangetoond. In hoger beroep betwist de vader de hoogte van de behoefte en stelt dat de dochter onvoldoende heeft aangetoond niet in haar eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.
Het hof stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Turks recht van toepassing is op de onderhoudsverplichting. De behoefte van de dochter wordt vastgesteld op €306 per maand, gebaseerd op een derde van de Nederlandse bijstandsnorm, aangepast aan de Turkse levensstandaard. Het hof oordeelt dat de dochter deels in haar levensonderhoud kan voorzien, mede gezien haar vrijwilligerswerk en het ontbreken van voldoende inspanningen voor betaald werk.
Het hof acht een onderhoudsbijdrage van €100 per maand redelijk en wijst het verzoek van de dochter voor een hoger bedrag af. De vader hoeft geen tijdslimiet op de onderhoudsverplichting te krijgen, omdat ook het Nederlandse recht geen dergelijke beperking kent voor behoeftige meerderjarige kinderen. De bestreden beschikking wordt vernietigd en het hof bepaalt de onderhoudsbijdrage opnieuw.
Uitkomst: De vader moet een onderhoudsbijdrage van €100 per maand betalen aan zijn meerderjarige dochter woonachtig in Turkije.