De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Rotterdam waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij werd vastgesteld op €37.345,59. Het Openbaar Ministerie vorderde een hogere vaststelling van €39.044,20.
Het hof baseert zich op een rapport van 20 augustus 2013 waarin de opbrengst van de hennepkwekerij werd berekend op basis van 467 planten, met een kiloprijs van €3.280,- en aftrek van onkosten. Het hof gaat uit van ten minste één geslaagde oogst in de periode februari tot april 2013, waarbij de betrokkene zelf verklaarde dat in april werd geoogst.
De aanwezigheid van negen klapstoelen wijst op hulp van meerdere knippers, maar het hof acht aannemelijk dat het gehele voordeel, minus de beloning van de knippers, aan de betrokkene toekomt. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn wordt een korting van 5% toegepast, waardoor de ontnemingsverplichting wordt vastgesteld op €37.000.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en legt de betrokkene de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de Staat. Tevens wordt de maximale duur van gijzeling vastgesteld op 740 dagen. Mr. A.M. Hol kon het arrest niet ondertekenen.