ECLI:NL:GHDHA:2022:2822
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van prematuur ingediend beroep tegen afwijzing medebelanghebbendebeschikking bevestigd
Belanghebbende verzocht de Heffingsambtenaar om een medebelanghebbendebeschikking voor een woning voor het jaar 2020, welke bij beschikking van 28 juli 2020 werd afgewezen. Belanghebbende stelde vervolgens op 8 september 2020 pro forma beroep in bij de Rechtbank, nog voordat een uitspraak op bezwaar was gedaan.
De Rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het prematuur was ingediend; er was immers nog geen uitspraak op bezwaar. De Heffingsambtenaar had het beroep opgevat als een bezwaarschrift en dit aan de gemachtigde van belanghebbende en de Rechtbank meegedeeld. Het Hof oordeelt dat door dit handelen belanghebbende niet is benadeeld ondanks de schending van de doorzendplicht door de Rechtbank.
Belanghebbende stelde dat sprake was van een bestuurlijke lus en dat de Heffingsambtenaar had ingestemd met prorogatie, maar dit werd door het Hof verworpen. Het beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard en de afwijzing van het verzoek om een medebelanghebbendebeschikking wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is terecht niet-ontvankelijk verklaard en de afwijzing van het verzoek om een medebelanghebbendebeschikking wordt bevestigd.